Verschillende soorten stoffen deel 2

Verschillende soorten stoffen deel 2

Bourrette

Garen afkomstig van het afval van de chappespinnerij.
Bourrettegarens zijn grof en onregelmatig.
Een kenmerk van een weefsel van Bourrettegarens is dat het een katoenachtig uiterlijk heeft en slecht kreukherstellend is.
Het weefsel wordt bewerkt

BRODERIE

Stofnaam voor een weefsel gemaakt van polyester en katoen.
Een kenmerk van het weefsel is dat het dun is en met gaatjes doorboord.
Rondom de gaatjes wordt geborduurd om rafelen te voorkomen.
Het weefsel heeft een platbinding.

Calicot

Dunne katoenen stof, oorspronkelijk genoemd naar de stad Calicut in India, waar deze stof werd geweven.
In Frankrijk wordt het woord ook gebruikt om spandoeken aan te duiden, omdat die van deze (goedkope) stof vervaardigd worden.
(Tijdens de manifestatie droegen studenten calicots met de woorden)

Chintz

Stofnaam voor een weefsel gemaakt van katoen.
Door bewerking met de frichikalander, een soort mangel, verkrijgt het weefsel een glanzende bovenlaag.
Dezelfde bewerking, maar dan met kunstharsen of met was levert everglaze chintz op.
Het weefsel heelt een platbinding.
De stof SITS in veel Hollandse klederdrachten is CHINTZ.

COOL WOOL

Stofnaam voor een weefsel gemaakt van 100% wol.
Een kenmerk van het weefsel is dat het dun en glad is.
Het is gemaakt van kamgaren, een glad en regelmatig garen.
Het weefsel heeft een ph binding en is speciaal ontwikkeld voor zomer kostuums.

Denim

Stofnaam voor een weefsel gemaakt van katoen.
Een kenmerk van het weefsel is dat het ketting garen met indigo blauw geverfd is en het inslag garen wit.
Onder invloed van de modeontwikkelingen wordt denim nu ook in andere kleurcombinaties gemaakt.
Het weefsel heeft een kettingkeperbinding.

Doupion

Stofnaam voor een weefsel gemaakt van zijde of viscose.
Een kenmerk van het weefsel is dat verdikkingen in de inslaggarens zijn aangebracht.
Deze geven het weefsel een linnen-uiterlijk.
Het weefsel heeft een platbinding.
De stof wordt gebruikt voor jeans en aanverwante kledingstukken.

Doupionzijde

Stofnaam voor een weefsel gemaakt van zijde van een dubbelcocon: een cocon waarin twee rupsen zich hebben ingesponnen.
Een kenmerk van het weefsel is een grof en onregelmatig uiterlijk, omdat het garen van een dubbel cocon onregelmatig is.
Het weefsel heeft een platbinding.

Flanel

Stofnaam voor een weefsel van katoen.
Een kenmerk van het weefsel is dat het aan één of aan beide kanten is geruwd.
Het weefsel heeft een keper- of platbinding.
In een kledingstuk wordt éénzijdig geruwde flanel aan de binnenkant verwerkt, waardoor de slof zacht en donzig aanvoelt aan de huid

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *